Xento
Image default
Woningen

Dakkapelraam beter beveiligen: veelgemaakte fouten

Een dakkapelraam zit hoger dan een raam op de begane grond, maar dat maakt het niet automatisch moeilijk bereikbaar. Een plat dak, aanbouw, schuur, balkon of regenpijp kan ervoor zorgen dat een inbreker relatief eenvoudig bij het raam komt. Juist daarom verdient het slot van een dakkapelraam meer aandacht dan alleen de vraag of het raam nog netjes dichtgaat.

Bij het verbeteren van zo’n raam worden regelmatig verkeerde keuzes gemaakt. Wie zoekt naar fouten en tips om het slot van een dakkapelraam te verbeteren, doet er goed aan niet alleen naar het slot zelf te kijken. Ook de sluitpunten, het beslag, het kozijn en de manier waarop het raam wordt gebruikt bepalen hoeveel weerstand het geheel biedt.

Een hoger raam als vanzelf veilig beschouwen

De eerste fout ontstaat vaak nog voordat er naar het hang- en sluitwerk wordt gekeken: aannemen dat de ligging op de eerste of tweede verdieping voldoende bescherming biedt.

Bekijk daarom eerst hoe iemand het dakkapelraam van buitenaf zou kunnen bereiken. Een laag gelegen dakvlak naast de woning kan bijvoorbeeld een tussenstap vormen. Ook een uitbouw of aangrenzend balkon kan de bereikbaarheid sterk veranderen.

Dat betekent niet dat ieder dakkapelraam zwaar beveiligd moet worden. Het betekent wel dat de bereikbaarheid onderdeel hoort te zijn van de beoordeling. Een raam dat vanaf buiten nauwelijks toegankelijk is, vraagt om een andere afweging dan een raam dat direct grenst aan een plat dak.

Alleen een extra raamgrendel monteren

Een extra grendel kan nuttig zijn, maar is geen automatische oplossing voor zwak hang- en sluitwerk. Wanneer het bestaande raam bijvoorbeeld veel speling heeft, het kozijn beschadigd is of het oorspronkelijke sluitpunt nauwelijks weerstand biedt, wordt met één extra sluiting slechts een deel van het probleem aangepakt.

Kijk daarom naar het raam als één constructie. Belangrijk zijn onder meer:

  • de staat en bevestiging van het bestaande slot;

  • de sluiting tussen raamvleugel en kozijn;

  • eventuele speling wanneer het raam gesloten is;

  • de stevigheid van het materiaal waarin sluitkommen of grendels zijn bevestigd;

  • de scharnierzijde en andere bereikbare delen van het raam.

Een goed geplaatst aanvullend slot kan de beveiliging verbeteren, maar het moet passen bij het raamtype en stevig bevestigd kunnen worden.

Een slot kiezen dat niet bij het raam past

Dakkapellen kunnen verschillende soorten ramen hebben. Een naar buiten draaiend raam stelt andere eisen aan de sluiting dan een draai-kiepraam of een klein uitzetraam. Een product kopen omdat het als ‘raamslot’ wordt verkocht, zegt daarom nog weinig over de geschiktheid voor de specifieke situatie.

Controleer vóór montage welke beweging het raam maakt en waar een aanvullend sluitpunt technisch verantwoord kan worden aangebracht. Het slot mag de normale bediening niet blokkeren en moet bij gesloten raam daadwerkelijk stevig aangrijpen.

Ook de beschikbare ruimte speelt mee. Bij smalle profielen of bepaalde kunststof kozijnen is niet iedere schroefpositie geschikt. Willekeurig boren kan het materiaal beschadigen of de werking van het raam verstoren.

De zwakke plek naast het slot vergeten

Een nieuw slot heeft weinig waarde wanneer het aangrijpt in een zwak, los of beschadigd deel van het kozijn. Controleer daarom niet alleen het bewegende deel van het slot, maar ook waar de sluiting zijn weerstand vandaan haalt.

Let bijvoorbeeld op loszittende schroeven, uitgesleten bevestigingspunten, scheuren in hout en vervorming waardoor het raam niet meer gelijkmatig aansluit. Bij oudere houten dakkapellen kan plaatselijke slijtage rond het sluitpunt ervoor zorgen dat een sluiting minder degelijk vastzit dan hij op het eerste gezicht lijkt.

Losse schroeven die zonder verdere schade kunnen worden vastgezet, zijn meestal eenvoudig te controleren. Is het materiaal rond het bevestigingspunt beschadigd, dan is alleen opnieuw vastschroeven vaak geen duurzame oplossing.

Te veel sluitingen toevoegen zonder naar de bediening te kijken

Meer sloten betekent niet automatisch meer veiligheid. Meerdere aanvullende sluitpunten kunnen nuttig zijn bij een groter raam, maar alleen wanneer ze correct worden geplaatst en consequent worden gebruikt.

Een ingewikkelde combinatie van grendels die iedere ochtend afzonderlijk moet worden geopend, wordt in de praktijk gemakkelijker vergeten. Dat geldt zeker voor een dakkapel die vaak wordt gebruikt om een slaapkamer of werkkamer te ventileren.

De beste verbetering is daarom niet uitsluitend de zwaarste oplossing, maar een beveiliging die past bij het gebruik van het raam. Een goed sluitend raam met logische, degelijk gemonteerde sluitpunten is doorgaans zinvoller dan een verzameling losse voorzieningen die nauwelijks worden gebruikt.

Ventilatiestand verwarren met een veilige afgesloten stand

Een veelvoorkomend risico ontstaat wanneer een raam regelmatig op een kier blijft staan. Een ventilatiestand kan praktisch zijn voor frisse lucht, maar moet niet automatisch worden beschouwd als dezelfde beveiligingssituatie als een volledig gesloten en vergrendeld raam.

Controleer daarom hoe het raam wordt achtergelaten wanneer niemand thuis is of wanneer de betreffende verdieping langere tijd niet wordt gebruikt. Vooral bij een raam dat vanaf een dakvlak bereikbaar is, kan een openstaande of onvoldoende afgesloten stand de beveiliging verminderen.

Wie permanente ventilatie nodig heeft, kan beter beoordelen welke oplossing daarvoor geschikt is zonder afhankelijk te zijn van een ruim geopend dakkapelraam.

Zelf monteren zonder te controleren waar u in schroeft

Een eenvoudig aanvullend raamslot kan bij sommige houten ramen prima zelf worden gemonteerd, mits duidelijk is hoe het systeem hoort te worden bevestigd. Toch gaat het regelmatig mis doordat alleen wordt gekeken naar de plek waar het slot mooi past.

De ondergrond moet de krachten op het sluitpunt kunnen opnemen. Dat verdient extra aandacht bij kunststof of aluminium profielen en bij kozijnen waarin al meerdere gaten, reparaties of beschadigingen zitten.

Twijfelt u over de constructie, moet bestaand hang- en sluitwerk worden aangepast of sluit het raam niet meer correct, dan kan een beoordeling verstandiger zijn dan experimenteren met verschillende bevestigingspunten. In zo’n situatie kan bijvoorbeeld een slotenmaker in Amsterdam West beoordelen welke aanpassing technisch bij het betreffende raam en kozijn past.

Eerst slecht sluitend raam herstellen

Een beveiligingsprobleem is soms eigenlijk een afstellingsprobleem. Wanneer een dakkapelraam alleen met kracht dichtgaat, langs het kozijn schuurt of na het sluiten zichtbaar onder spanning staat, is het niet verstandig om dit simpelweg met een extra slot te corrigeren.

Het aanvullende slot kan dan onnodig worden belast. Bovendien kan een scheefstaand raam ervoor zorgen dat sluitpunten niet volledig in elkaar vallen.

Controleer daarom eerst of het raam normaal opent en sluit. Bij duidelijk verzakte, vervormde of beschadigde onderdelen kan herstel of afstelling noodzakelijk zijn voordat aanvullende beveiliging zinvol is.

Ook na verbetering regelmatig controleren

Dakkapelramen hebben relatief veel te maken met weersinvloeden. Hout kan werken, verbindingen kunnen na verloop van tijd losser worden en bewegende onderdelen kunnen slijten. Een verbetering die direct na montage stevig aanvoelt, blijft daarom niet vanzelf onbeperkt in dezelfde staat.

Controleer af en toe of het raam zonder extra kracht sluit, de bevestigingen nog vastzitten en alle sluitpunten volledig aangrijpen. Let ook op nieuwe speling of beschadigingen rond de bevestiging.

Een dakkapelraam beter beveiligen begint daarmee niet bij het kopen van zoveel mogelijk extra sloten. Eerst vaststellen hoe bereikbaar het raam is, waar de daadwerkelijke zwakke punten zitten en of raam en kozijn technisch in goede staat zijn, voorkomt dat een nieuwe sluiting vooral schijnzekerheid toevoegt.